Tax shift – Belgische regering bereikt akkoord over belastinghervorming


Op 26 juli 2017 heeft de Belgische regering een akkoord bereikt over de langverwachte belastinghervorming. Dit akkoord omvat o.a. een verlaging van het nominaal tarief in de vennootschapsbelasting, een uitbreiding van de abonnementstaks naar direct aangehouden effectenrekeningen, een nieuwe verhoging van de beurstaks, een belasting op de terugbetaling van maatschappelijk kapitaal en een uitbreiding van de doorkijkbelasting. De regering heeft daarentegen besloten om geen algemene meerwaardebelasting, noch een exit taks in te voeren.

Hierna volgt een overzicht van de aangekondigde maatregelen. Deze maatregelen dienen nog voor advies te worden voorgelegd aan de Raad van State alvorens zij in de vorm van wetsontwerpen voor behandeling en stemming kunnen worden voorgelegd aan het parlement. De inwerkingtreding van de meeste maatregelen is gespreid over 1 januari 2018 en 2020.

  1. Hervorming vennootschapsbelasting: Het nominaal tarief van de vennootschapsbelasting wordt verminderd van 33,99% tot 29,58% in 2018 en tot 25% in 2020. Dit tarief zal worden bereikt door het normaal tarief van de vennootschapsbelasting te verlagen van 33 % tot 29 % in 2018 en tot 25 % in 2020, terwijl de crisisbijdrage vanaf 2018 verlaagd wordt naar 2% (i.p.v. 3%) om vanaf 2020 te worden afgeschaft. Voor vennootschappen die voldoen aan de voorwaarden van KMO in de zin van artikel 15 van het Wetboek vennootschappen wordt er vanaf 2018 voorzien in een verlaagd tarief van 20% voor de eerste schijf van € 100.000 belastbaar inkomen (met een vermindering van de crisisbijdrage zoals hierboven aangegeven). Er komt een minimale belastbare grondslag van 30% voor de belastbare winst die € 1.000.000 overschrijdt. Vanaf 2020 impliceert dit een effectief tarief van 7,5% voor de belastbare winst boven € 1.000.000.
 
  1. Vrijstelling meerwaarde op aandelen naar analogie met de voorwaarden voor de DBI-aftrek: De huidige vrijstelling van vennootschapsbelasting voor meerwaarde op aandelen zal onderworpen worden aan dezelfde drempel die reeds van toepassing is voor de aftrek van definitief belaste inkomsten, m.n. een minimumparticipatie van 10%, ofwel een aanschaffingswaarde van minstens € 2.500.000. Indien deze drempel niet wordt bereikt, dan zullen particulieren op de meerwaarde gerealiseerd op de aandelen van een effectenportefeuille binnen hun vennootschap belast worden aan het algemeen tarief in de vennootschapsbelasting.
 
  1. Uitbreiding van de abonnementstaks naar effectenrekeningen: De jaarlijkse taks op de collectieve beleggingsinstellingen en op de verzekeringsondernemingen wordt uitgebreid naar direct aangehouden effectenrekeningen. Belgische ingezetenen die effectenportefeuilles bezitten (aandelen, obligaties en deelbewijzen van gemeenschappelijke beleggingsfondsen) in België en/of in het buitenland, zullen onderworpen worden aan een jaarlijkse abonnementstaks van 0,15% indien het saldo minstens € 500.000 bedraagt. Teneinde de toepassing/heffing door de Belgische fiscus mogelijk te maken zullen belastingplichtigen verplicht worden om al hun effectenrekeningen te melden in hun aangifte in de personenbelasting. Effecten die worden aangehouden via pensioenfondsen en via levensverzekeringen zijn vrijgesteld van deze taks.
 
  1. Verhoging van de beurstaks: Het toepassingsgebied van de Belgische beurstaks werd met ingang van 1 januari 2017 uitgebreid naar beursverrichtingen waartoe het order rechtstreeks of onrechtstreeks aan een in het buitenland gevestigde tussenpersoon wordt gegeven. Er is vanaf dit jaar dus tevens toepassing/heffing van de beurstaks indien de verkochte effecten worden gedebiteerd van een buitenlandse rekening of indien de verkoopprijs wordt gecrediteerd op een buitenlandse rekening (bijvoorbeeld aangehouden bij een Zwitserse bank). De beurstaks varieert (van 0,09% tot 1,32%) naargelang het type van effect en de aard van de verrichting, met verschillende plafonds. Naast de uitbreiding van de beurstaks naar buitenlands afgehandelde verrichtingen, is er sinds 1 januari 2017 eveneens een verdubbeling van de plafonds ingevoerd. Met name een verhoging van het plafond van € 650 naar € 1.300 voor verrichtingen inzake obligaties en soortgelijke instrumenten, van € 800 naar € 1.600 voor verrichtingen op aandelen en overige financiële instrumenten en van € 2.000 naar € 4.000 voor de inkoop van eigen kapitalisatieaandelen door een beleggingsvennootschap. De regering heeft thans beslist om de tarieven opnieuw te verhogen. Voor verrichtingen inzake obligaties en soortgelijke instrumenten zal het tarief van 0,09 % verhoogd worden tot 0,12% en voor verrichtingen op aandelen en overige financiële instrumenten zal het tarief van 0,27 % verhoogd worden tot 0,35%. Het tarief van 1,32% voor de inkoop van eigen kapitalisatieaandelen door een beleggingsvennootschap blijft ongewijzigd.
 
  1. Gedeeltelijke vrijstelling roerende voorheffing dividenden: Er komt een gedeeltelijke vrijstelling van roerende voorheffing op dividenden uit aandelen. Op de eerste schijf van € 627 hoeft geen roerende voorheffing van 30 procent meer te worden betaald, hetzij een vrijstelling van maximaal € 188,10 per jaar.
 
  1. Verlaging vrijstelling roerende voorheffing spaartegoeden: De vrijstelling van roerende voorheffing voor interesten op spaarboekjes tot € 1.880 wordt nu verlaagd naar € 940, hetzij een vrijstelling van maximaal € 282 per jaar.
 
  1. Pensioensparen: Er wordt een keuzestelsel ingevoerd waarbij pensioenspaarders de keuze hebben tussen de toepassing van het huidige systeem van 30% op € 940 euro of een nieuw stelsel van 25% belastingvermindering op € 1.200, hetzij een belastingvermindering van € 300.
 
  1. Belastbaarheid van inkoopboni kapitalisatiebeveks: Momenteel geldt er een vrijstelling voor de inkoopboni van een collectieve beleggingsinstelling die voor maximaal 25% investeert in schuldvorderingen zoals obligaties, zero bonds, kasbons, etc. Deze 25%-drempel zal worden afgeschaft en inkoopboni van collectieve beleggingsinstellingen die investeren in schuldvorderingen zullen belastbaar zijn als interest aan het tarief van 30%, ongeacht het percentage van de aangehouden schuldvorderingen.
 
  1. Uitbreiding van de doorkijkbelasting: De doorkijkbelasting (zogenoemde “Kaaimantaks”) viseert buitenlandse “juridische constructies”, d.w.z. private vermogensstructuren. De belastingheffing wordt bereikt door de private vermogensstructuren als fiscaal transparant te beschouwen, zodat het inkomen rechtstreeks belastbaar is in handen van het ingezeten individu dat stichter of derde begunstigde is. Dit regime van fiscale transparantie laat de Belgische fiscale administratie toe om belastingen te heffen in die gevallen waarin de tussenplaatsing van een juridische constructie een normale belastingheffing frustreert. De juridische constructies zullen thans worden uitgebreid naar “dubbele structuren”.
 
  1. Bijkomende maatregelen: De notionele interestaftrek zal enkel nog gelden voor de kapitaalverhogingen gedurende de afgelopen 5 jaar en zal niet langer van toepassing zijn op het volledige kapitaal. Vanaf 2020 wordt er een fiscaal consolidatieregime ingevoerd dat de aftrek mogelijk maakt van het verlies van een Belgische groepsentiteit van de winst van een andere Belgische groepsentiteit. De tax shelter zal worden uitgebreid naar “groeibedrijven”. De regels voor de aftrek van verliezen geleden door buitenlandse vaste inrichting(en) worden strenger. Bovendien komt er vanaf 2020 een afschaffing van de versnelde en pro rata afschrijvingen voor fiscale doeleinden. Voorts zal de terugbetaling van fiscaal volstort kapitaal (gedeeltelijk) onderworpen worden aan roerende voorheffing d.m.v. een proportionele toerekening van de kapitaalvermindering op de belastbare reserves.
We kunnen hieruit concluderen dat er niet geraakt wordt aan het fiscale voordeel van de tak 23 beleggingsverzekering, integendeel. De afgelopen jaren werd de roerende voorheffing in fases verhoogd tot 30%. De éénmalige, bevrijdende heffing van de 2% premietaks weegt bijgevolg nog meer op tegen de levenslange vrijstelling van het rendement op de tak 23-polis van de roerende voorheffing.

Deze fiscaal gunstige tendens wordt bovendien versterkt door de nieuwe verhoging van de tarieven en plafonds in de Belgisch beurstaks, respectievelijk van 0,09 % naar 0,12% en van € 650 naar € 1.300 voor obligaties en soortgelijke instrumenten, van 0,27 % naar 0,35% en van € 800 naar € 1.600 voor verrichtingen op aandelen en overige financiële instrumenten en van € 2.000 naar € 4.000 voor de inkoop van eigen kapitalisatieaandelen door een beleggingsvennootschap (tarief van 1,32% blijft ongewijzigd). Bovendien werd de Belgische beurstaks met ingang van 1 januari 2017 uitgebreid naar buitenlandse beursverrichtingen, terwijl er op orders in buitenlandse effecten vaak nog buitenlandse beurstaksen in rekening gebracht worden (bv. het zegelrecht in Zwitserland). Indien de fondsen echter zijn overgedragen aan een Belgische verzekeringsmaatschappij (of het Belgische bijkantoor van een buitenlandse verzekeringsmaatschappij), dan geven dergelijke beursverrichtingen geen aanleiding tot een toepassing van de beurstaks. De wet voorziet immers in een uitzondering voor de beursverrichtingen die een verzekeringsmaatschappij voor eigen rekening laat uitvoeren. De hierboven omschreven wijzigingen hebben bijgevolg geen enkele impact op investeringen in het kader van een aan een toegewezen fonds verbonden levensverzekeringscontract. Het toegewezen fonds en de onderliggende activa behoren uitsluitend toe aan de verzekeraar die een beheerder de opdracht geeft om dit fonds op discretionaire wijze te beheren.

De uitbreiding van de jaarlijkse taks op de collectieve beleggingsinstellingen en op de verzekeringsondernemingen naar direct aangehouden effectenrekeningen creëert eveneens voordelen voor de beleggingsverzekering. Belgische ingezetenen die rechtstreeks aandelen, obligaties en deelbewijzen van gemeenschappelijke beleggingsfondsen bezitten in België en/of in het buitenland, zullen onderworpen worden aan een jaarlijkse abonnementstaks van 0,15% indien het saldo minstens € 500.000 bedraagt. Belgische ingezetenen die een levensverzekering aanhouden zijn daarentegen vrijgesteld van dergelijke abonnementstaks voor het volledige bedrag.

Zeker in het geval van een levenslange tak 23 beleggingsverzekering blijkt duidelijk dat 2% premietaks een zeer goede investering is om later vrijgesteld te zijn van enige belastingheffing op het gerealiseerde rendement, van een taks op binnenlandse en/of buitenlandse beursverrichtingen en, onder voorwaarden, van enige abonnementstaks. Enkel bij zeer lage rendementen van 1% of lager gekoppeld aan een beleggingsduur van 8 jaar of minder, zou de premietaks duurder uitvallen.

Geschreven door Tim Goethals
 

See More